De nieuwe Omgevingswet – deel 3

Vergunningen en Omgevingsplan

Op 22 maart 2016 werd in de Eerste Kamer de Omgevingswet aangenomen. De Omgevingswet is één wet die alle wetten op het gebied van de leefomgeving vereenvoudigt en bundelt. De inhoud van de concept-besluiten (AMvB’s) die bij deze wet horen is nu bekend. Inmiddels is ook bekend dat de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2021 (was 2019).

BMD Advies Rijndelta neemt u in vier delen mee door de nieuwe wet en de bijbehorende AMvB’s. In dit 3e deel gaan we in op vergunningen en het omgevingsplan.

Wanneer is een vergunning nodig?

In het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL), waarin de algemene rijksregels voor bijvoorbeeld de activiteit milieu staan, is ook opgenomen wanneer en voor welke activiteit een initiatiefnemer een vergunning nodig is. We vinden hier dan ook de vergunningplicht terug voor de milieu(belastende) activiteit. En tevens -door de samenvoeging van verschillende wetgeving- minder bekende vergunningen, zoals voor activiteiten bij waterstaatswerken, rijkswegen, ontgrondingen en cultureel en werelderfgoed.

Wanneer u nu een milieuvergunning nodig heeft, blijft dat in vrijwel alle gevallen ook zo in de toekomst. Enkele tientallen bedrijven in Nederland, in de voedingsmiddelenindustrie en werkzaam op het gebied van productie en verwerking van metalen en de minerale industrie, krijgen wel met een verschuiving van bevoegd gezag (gemeente en provincie) te maken.

Wat verandert er verder?

  • De reguliere procedure van 8 weken wordt de norm. Alleen voor belangrijke wijzigingen bij bedrijven die onder de Richtlijn Industriële Emissies (RIE/IPPC) en het BRZO vallen is de uitgebreide procedure van 26 weken nog van toepassing. Ook niet-belangrijke wijzigingen bij deze bedrijven vallen straks onder de reguliere procedure.
  • De vergunning voor de activiteit milieu wordt beperkt tot het deel van het bedrijf waarvoor de vergunningplicht nog relevant is, terwijl nu het overgrote deel van het bedrijf vergunningplichtig is. Voorbeelden hiervan zijn een ammoniakkoelinstallatie en opslag van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De zogenaamde complexe bedrijven vormen hier weer de uitzondering op. Voor die bedrijven geldt een brede vergunningplicht voor de activiteit milieu en daar zijn dan ook nauwelijks algemene regels van toepassing.
  • Geluidshinder wordt straks decentraal in het omgevingsplan. Verwacht wordt dat er bij een vergunningaanvraag voor de activiteit milieu nauwelijks geluidsonderzoeken meer nodig zijn. Het kan wel nodig zijn bij de fase van het opstellen of wijzigen van een omgevingsplan (nu bestemmingsplan).
  • In de vergunning kan bij BRZO-bedrijven een financiële zekerheidsstelling (verzekering) worden opgenomen. Dit om te voorkomen dat bij grote ongevallen de kosten hiervan bij de belastingbetaler komen te liggen, zoals in het verleden wel is gebeurd.

Het omgevingsplan

In de omgevingswet is de opvolger van het bestemmingsplan het omgevingsplan. Hierin kunnen regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben voor de ‘fysieke leefomgeving’. Dat is breder dan het bestemmingsplan, dat de huidige ‘ruimtelijke ordening’ als kader heeft. In het omgevingsplan zullen straks ook veel huidige verordeningen, bijvoorbeeld de kapverordening, een plaats krijgen. Dit voorkomt versnippering.

Verder is het uitgangspunt ‘decentraal tenzij’. Met andere woorden: alles wat beter decentraal geregeld kan worden krijgt een plaats in het omgevingsplan. De achterliggende gedachte van decentralisatie is dat dit de gemeenten veel ruimte geeft om lokaal beleid te voeren. Zo worden straks regels voor bedrijven over geluid, geur en lozingen van afvalwater op de riolering in het omgevingsplan gesteld, en niet meer zoals nu in het Activiteitenbesluit.

De gemeente kan aan deze regels wel een eventuele meldingsplicht verbinden. En daar zou wel eens een adder onder het gras kunnen zitten. Aan die meldingsplicht kan een onderzoeksplicht verbonden worden, bijvoorbeeld in de vorm van een geluidsonderzoek. En daarmee komt dan de onderzoeksplicht, die vervalt bij de milieu-activiteit, mogelijk weer terug.

Digitalisering en toegankelijkheid

Er wordt veel verwacht van de digitale opzet en ontsluiting van het omgevingsplan. Het is de bedoeling om straks, bijvoorbeeld bij een bedrijfsuitbreiding, met één druk op de knop te zien of dit mogelijk is en welke regels dan van toepassing zijn. Dit zal echter nog niet gerealiseerd zijn met de inwerkingtreding van de omgevingswet in 2021, maar volgt later.    

Heeft u vragen over de nieuwe Omgevingswet? Neem contact op met specialist Edwin Voogd

Heeft u vragen die in dit artikel of in onze vorige artikelen nog niet beantwoord worden? Aarzel dan niet en neem contact op met onze Omgevingswet-specialist Edwin Voogd via telefoonnummer 0180-614378 of mail naar edwin@bmdadviesrijndelta.nl.

Volgende en laatste deel

In de laatste nieuwsbrief uit deze serie zullen we dieper ingaan op het omgevingsplan. Dit plan zal namelijk voor de meeste bedrijven in grote mate de van toepassing zijnde regels in de fysieke leefomgeving bevatten.

 

No Comments Yet.

Laat een reactie achter

Onze klanten
client1
client2
client3
client4
client5